donderdag 20 september 2018

Politie, bivakmutsen, wapens, zwaailichten, ambulances...........


We worden wakker van de regen die tikt op het raampje boven ons hoofd. Donkere luchten, dat beloofd niet veel goeds. Een dagje niksen. Rond half 4 is het droog en gaan we op zoek naar de tram. Onze camping ligt in een buitenwijk van Wroclaw in een smal straatje waar manlief de bus uiterst zorgvuldig moest indraaien. De camping is omheind met een hoog hek die dag en nacht gesloten is, middels een druppel kunnen we de camping verlaten. De straat bestaat uit kasseien met dikke klodders asfalt om de gaten te vullen, het wandelt niet erg fijn. De huizen erom heen zijn grauw met kleine raampjes, her en der hangt een wasje aan een rekje uit het raam. Op de hoek een winkeltje wat meer op een avondwinkeltje lijkt voor een late fles wodka en een toto formulier. Minstens 5 magere katten vliegen tussen de containers door voor ons langs.
In het centrum aangekomen beklimmen wij eerst de kerk voor een kijkje van bovenaf op het lieflijke marktplein waar 365 dagen per jaar kerstmarkt is. We wandelen naar het Domeiland waar de gasstraatlantaarnen iedere avond één voor één worden aangestoken. Nostalgische.
Nadat wij op de markt de lekkerste biefstuk ooit hebben gegeten wandelen wij terug naar de tram. Door een wir war van tunneltjes vinden wij de juiste lijn, 10 haltes te gaan.

Na de eerste stop remt de bestuurder abrupt, springt van zijn stoel en verteld in rap Pools wat er aan de hand is. Iedereen stapt uit en verlaat met spoed de tram. Een dame op leeftijd pakt mij bij de arm, “an accident”. We lopen achter de menigte aan in de hoop dat we bij de volgende halte weer in kunnen stappen. Op de kruising staan pionnen en er staat een politieauto met zwaailichten dwars op de weg. Ik zie geen ongeluk? De volgende halte zit nog in het afgezette gebied. We lopen verder tot de volgende kruising. Vanaf hier is alles afgezet met lint, veel zwaailichten, wij mogen niet dichterbij komen. We lopen achter de massa aan in de hoop weer op een hoofdweg uit te komen. Op de volgende kruising zien wij bivak mutsen en geen kinderachtige wapens. In het afgezette gebied staan drie lege trams? Dat ongeluk is vast een overval. Wegwezen hier.
Op de lange hoofdweg staan zo ver wij kunnen kijken politieauto’s, zwaailampen, motormuizen, bivakmutsen en ambulances startklaar.
We kijken op googelmaps waar wij zijn, nog 5 km naar de camping. Als we stevig doorstappen dan zijn we rond 21.00 uur terug bij onze bus. Langzaam zien we de stad achter ons vervagen en de buitenwijk naderen. Hoezo zorgen maken over jongste in Peru? In welke getto hebben wij ons tentenkamp opgeslagen.
Wanneer wij rond negen uur aan de koffie veilig in onze bus zitten gaan we googelen;” ongeluk, overval, doden, gewonden, Wraclow…..

Wat dacht je wat?

“De politie-actie, waarbij schoten gehoord konden worden, maakten deel uit van de oefening Fighter 2018”.
Later M@rina!

donderdag 13 september 2018

Vaccineren maar.....................


De kogel is door de kerk, jongste gaat 5 maand naar Peru.
Er kwam een leuk project op haar pad. Contacten worden gelegd en afspraken zijn gemaakt. Afgelopen week is haar koffer langzaam gevuld met spullen om 5 maand in Zuid-Amerika te verblijven.

Het belangrijke papieren laatje wordt op de kop gekeerd voor de vaccinatie kaart zodat de nodige aanvullingen gehaald kunnen worden. Op de site van de GGD lezen wij dat er geen informatie telefonische wordt verstrekt. Online maakt jongste een afspraak en vult de formulieren alvast in zodat de GGD zich goed op haar komst kan voorbereiden. Ondertussen doen wij via google ons huiswerk en komen tot de conclusie dat een herhaling Hepatitis A en een noodkuur Malaria een noodzakelijk kwaad is.

Wanneer wij het grote gebouw binnen stappen blijkt de GGD een geoliede machine van bonnetjes trekken en op je beurt wachten te zijn.
Laten wij dat bonnetje nu vergeten te trekken.
De baliemedewerkster doet niet moeilijk.
Waar is mijn vaccinatieboekje roept jongste.
Heb je niet roep ik terug, je hebt een vaccinatiekaart.
Die is oranje, het boekje is geel…...
Het kan zijn dat je het niet hebt zegt de baliemedewerkster, dan krijg je dat straks.
Jongste mag naar de spreekkamer. Een assistente begint aan de vragenlijst. Er blijkt meer nodig dan een herhaling van Hepatitis A.
Hepatitis B is een dringend advies. Over 4 week moet je in Lima op zoek naar de vervolg vaccinatie.
Tracking? Je gaat vast een tracking doen.
Geen tijd voor, ik moet knetterhard werken zegt jongste.
Een vaccinatie tegen hoogteziekte zou wel verstandig zijn, je weet maar nooit.
Rabiës; Met een vinger wijst ze op de kaart van Peru het risico gebied aan. Je ziet het niet aan de buitenkant van een hond!


Wat is dat voor onzin, jongste heeft niks met vreemde honden en de herhaling is niet mogelijk door het snelle vertrek.

De secretaresse gaat naar de arts voor supervisie.

Verschrikt kijken wij elkaar aan. “4 prikken mam”; zegt jongste, die is gek, wat een onzin en 3 herhalingen niet te vergeten. Ze krijgt zeker provisie per vaccinatie, dit is geen zorg dit is commercie.
Pieuwww gelukkig mam, ik ben blij dat jij er ook zo over denkt.

Wanneer ze weer binnen komt val ik met de deur in huis; Even voor alle duidelijkheid, begrijp mij niet verkeerd, ik ben niet tegen vaccinaties maar ze moeten weloverwogen zijn.

Jongste benadrukt nogmaals dat ze vreemde honden niet knuffelt en absoluut geen tijd heeft voor excursies 6 uur verderop.
Hepatitis B zit mij nog niet lekker, het klopt toch dat het onder ander aan de orde is bij bloedcontact, tattoos of piercings gezet bij de verkeerde shop?
Heb je plannen vraag ik jongste met een knipoog?
Gechoqueerd kijkt de secretaresse mij aan, uw dochter is nog jong, haar prefrontale cortex is nog niet dicht gegroeid. Je weet nooit wat er op haar pad komt. Mijn kinderen krijgen alle vaccinaties zegt ze met klem.

Ik betaal de factuur inclusief het gele vaccinatieboekje €5,-
Arme kinderen zegt jongste.
Later M@rina!

vrijdag 31 augustus 2018

The seven dwarves of menopauze


Heel langzaam gaan de poriën aan de binnen kant van mijn ellenbogen open. Vochtdruppeltjes persen zich naar buiten. De warmte die hierbij vrij komt trekt omhoog langs mijn halslijn naar mijn nek waar het begint te vlammen alsof ik een acute nikkel allergie voor mijn ketting ontwikkel. Razendsnel trekt het verder omhoog om bonzend op mijn voorhoofd te eindigen. Misschien duurt dit alles een paar minuten. Lang genoeg om het te ervaren als een complete overval op mijn lijf.
Als een standbeeld blijf ik wachten totdat het eindstation is bereikt. Ik heb de nijging om “Altijd is Kortjakje” te puffen zoals ik moest doen bij de bevalling. Overigens mislukte dat toen totaal. Wanneer de vlammen langzaam doven zorgen de naar buiten geperste vochtdruppeltjes voor een rillerig lijf alsof de griep om de hoek ligt te loeren.

DE OVERGANG

IK ga verder met mijn werk alsof er niets is gebeurt. 

Wanneer ik zachtjes fluister;” Ohhh er komt weer één”, beginnen mijn collega’s zachtjes te grinniken. Overigens heb ik best geluk met mijn job, bij ons op de werkvloer is “de overgang” een heel gewoon onderwerp. Aan de balie wordt er regelmatig over gesproken. Je zou maar in het leger of bij de politie werken. Mannen snappen hier niks van, een enkeling daar gelaten.

Nog niet zo lang geleden vertelde een cliënt aan de balie over haar klachten.
Als ervaringsdeskundige leefde ik extra met haar me. We kwamen tot de conclusie dat het een rot periode is waar je je door heen moet bikkelen. Niemand ziet iets aan ons en niemand kan voelen hoe je binnen een paar minuten van top tot teen in de brand staat. En dan nog de energie die hierbij verloren gaat. Eigenlijk best gek dat er nauwelijks over gesproken wordt zeggen cliënt en ik tegen elkaar, alsof je je er voor moet schamen. Alsof wij er wat aan kunnen doen. Op een verjaardag mag iedereen mekkeren over een tennisarm, klapvoet, steunzolen en winterhanden maar niemand knalt door de kamer; “Ik zit in de OVERGANG, ik voel mij brak, ik heb hete buien, koude rillingen, slapeloze nachten, volle wasmanden door het nachtelijke douchen. De energie wordt uit mijn lijf gezogen en ik heb huilbuien omdat mijn hormoonspiegel uit balans is.
Ik heb het nog nooit iemand horen zeggen in haar leukste jurkje met een glaasje bubbels in de hand.

Samenzweerderig spreken cliënt en ik af om tijdens de eerste de beste gelegenheid de stoute schoenen aan te trekken en het heel gewoon de wijde wereld in te knallen, zonder een greintje schaamte. Bij deze!!! Nu ben ik wel benieuwd of cliënt/lotgenoot ook het lef heeft gehad?

Grappige collega heeft een foto in de groepsap gezet om de overige collega’s te waarschuwen. The seven dwarves of menopauze, wat een geluk, er zit mij maar 1 dwergje dwars.
Wacht maar dames, als ik dit alles achter mij heb gelaten zijn jullie aan de beurt…….
Later M@rina!

woensdag 15 augustus 2018

Laat mij, het gaat vast weer over.....


Het regent, even geen buiten zijn weer, ik kan het niet langer uitstellen. Ik pak een emmer sop en stofzuiger en race met grote tegenzin het hele huis door.

Wat was het warm, elk stap die ik deed zorgde voor een nieuwe zweetdruppel. Daarbij de hete buien passend bij mijn leeftijd stond ik af en toe in vuur en vlam. De nachten waren warm en kort; "uurtje slapen, uurtje dommelen, in het holst van de nacht een koude douche of de tijd doden met een column van Daphne Deckers".
Het idee alleen al om met deze warmte de stofzuiger uit de kelder te halen, het snoer af te rollen en de stekker in het stopcontact te stoppen bezorgt mij een hete bui. In de slaapkamer is het een chaos van afgegooide dekbedden, lakens die dekbedden vervangen en dekbedhoezen waar dekbedden zijn uitgetrokken. Her en der plat geslagen muggen die ons gek probeerden te maken met gezoem.
De doorstroom van de was in de wasmand naar de wasmachine is groot, de berg bij de strijkplank is hoog. Geen temperatuur om mijn armen onnodig te laten bewegen met was opvouwen of een stoomstrijkijzer heen en weer te laten bewegen.  
 
Als jij daar gelukkig van wordt..
In de hitte trein ik voor een logeerpartij naar jongste in de hoofdstad. Ik slaap heerlijk op een luchtbedje met op de achtergrond een zoemende ventilator. We ontbijten op het lieflijke balkonnetje met versgebakken broodjes en een heerlijk sapje. Met 33 graden fietsen wij in de volle zon naar de Zaanse Schans. Om af te koelen springen wij onder een sproeier waar een vader net zijn dochter boos onder vandaan trekt. We lijken wel gek 40 km te fietsen met die hitte.

Bij thuiskomst vraag ik of ik nog wat kan doen. “Hoezo”; vraagt jongste, het is 33 graden mam, het is ons huis, je hoeft hier niks te doen. Achteloos wuif ik de bezwaren weg, ik wil ff bezig zijn. Ik pak de stofzuiger en poets het gasstel blinkend schoon. Jongste ergert zich aan mijn poetsdrang.
Laat mij, het geeft mij zo’n goed gevoel.
Met een flinke vertraging trein ik terug in de hitte.

Het blijft warm, ik doe niet meer dan nodig is.

Samen met manlief doe ik een bakkie bij oudste. Zijn met spoed gekochte airco draait overuren. Hij moppert over de warmte. Verder dan een beetje lezen en een beetje film kijken komt hij niet.
Kan ik wat voor je doen, de wc, badkamer, ff strijken….
Als je daar gelukkig van wordt zegt hij met een brede lach.
Ik spring in de benen, pak een emmer sop en in no time race ik vol energie door zijn flat.

Zo fijn zegt oudste gekscherend tegen zijn vader, ik heb een foto gemaakt van mama en haar grootste geluk; “ poetsen”.

Wat is dat toch, thuis slaap ik zonder problemen onder een spinnenweb, zou het de overgang zijn of is dit nu het lege nestsyndroom.
Poetsen bij mijn kroost activeert “een klein stofje van geluk”.
Laat mij, het gaat vast weer over.

Later m@rina!

donderdag 2 augustus 2018

Dit moeten wij niet willen!!!


In de jaren 70 ging mijn moeder naar een tentoonstelling. Bij de ingang stonden deftige dames sigaretjes uit te delen. Uit beleefdheid nam mijn moeder de sigaret aan en nam één trekje. Hoestend en proestend drukte ze hem meteen uit.
Nooit weer dacht ze.

Het is 2018, ik ga zwemmen in het Noorderparkbad.
Vanaf dit seizoen is dit zwembad rookvrij! “Op weg naar een rookvrije generatie” lees ik op de borden en op de T-shirts van het bad personeel.
Nou ja rookvrij; Roken is alleen nog toegestaan op de daarvoor aangewezen plek, buiten het zicht van kinderen.



Het is warm en de zon is fel. Ik doe mijn opengeslagen boek op mijn hoofd en doezel weg. In de verte hoor ik flarden van gesprekken.

Twee jonge moeders met hun rondscharrelende peuters bespreken de nieuwe regel uitvoerig. Trots vertelt de donkere van het stel dat ze tijdens de zwangerschap geen sigaret heeft aan geraakt. Ze rookt helaas wel weer. De blonde moeder haakt er op in. Haar zus is zwanger en het stoppen gaf zoveel ellende en stress dat de baby niet genoeg groeide. De verloskundige stelde voor om het roken te beperken tot 2 sigaretten per dag. Dan was ze niet meer stressvol en chagrijnig en kon de baby weer lekker groeien. Grappig hé.

Ik doezel verder.

Ineens schrik ik op door een zachte dwingende stem die steeds harder en venijniger wordt. Een leuk stel krijgt het flink met elkaar aan de stok. Ze sist zeker een stuk of 6 keer achter elkaar; Dat wist je, dat wist je, dat wist je…
Wat wist hij? Aha haar rookverslaving, ze heeft een sigaret uit haar tas gepakt en wil voor de vijfde keer in no time naar “het rookhoekje”.  Ze is niet van plan om zich te laten remmen. Luid en duidelijk, ook voor de omstanders, geeft ze manlief te kennen dat hij er verstandig aan doet om zijn mond verder te houden. Met grote stappen beent ze richting de rookhoek. Hij roept haar na dat ze een goed voorbeeld is voor hun zoontje. Ze sist terug; “Wie is er begonnen”. Aan zijn venijnige gezicht te zien zet hij de ruzie voort met het sturen van whatsappjes. Het kleine ventje vertrekt ongemerkt zonder zijn bandjes naar het pierenbadje……

Elke werkdag in de apotheek kom ik ze tegen, mensen die dolgraag op weg willen naar een rookvrije generatie, die spijt hebben dat ze ooit een eerste sigaret hebben aan geraakt, die zich scheel betalen aan zorgkosten omdat ze COPD hebben gekregen. Cliënten die stront ziek worden door mee roken, daardoor moeten puffen of prednison moeten slikken. Die vanwege mee roken niet een festival kunnen bezoeken.

Op weg naar een rookvrije generatie…..hoe dan?
Festivals en studentenverenigingen ontvangen flink geld van tabaksfabrikanten om daar hun slag te slaan… de bezoekers zijn jong, precies de groep die tabaksfabrikanten aan het roken willen krijgen.
Anno 2018 weten we toch wel hoe schadelijk en verslavend roken is.
Dit moeten wij niet willen.
Later M@rina!

donderdag 19 juli 2018

Als je maar een paar minuten hebt om over te stappen, wat doe je dan.....

 Jongste stuurt een berichtje; “hahaha ik kom dr aaaannnnn”
Gespot, stuur ik terug”,
Ik zit op het station op haar te wachten.

Door werkzaamheden aan het spoor vervangen bussen de treinen. De bussen komen met een bloedsnelheid aan rijden, de klapdeuren vliegen open en de inhoud van de bus stort zich zo snel mogelijk naar buiten om over te stappen op de trein. Ik zie in de verte 1 NS medewerker om de boel in goede banen te leiden. De backpackers, reizigers met honden, mensen en koffers rollen letterlijk over elkaar heen de bus uit. Met verbazing zit ik te kijken wanneer ik opschrik van een klap en een hoop gekrijs. Vlak voor mij ligt ineens een hoopje mens met een mega rugtas en een gillend jochie van een jaar of 4. Ik spring in de benen om te helpen. Mede reizigers sjorren al aan haar armen maar het lukt niet om haar te laten staan, ze draait een halve slag waardoor haar benen dubbel onder haar lijf klappen. Een verwilderde jonge moeder kijkt mij aan. Ineens zie ik dat het gehuil uit een draagzak op haar buik komt, ze is half over haar kindje gevallen.
Gespottttt!
Jongste zit ondertussen gehurkt naast mij. Ik klik de draagzak open en geef het murmeltje door aan haar, ze doet haar uiterste best om het kleintje te troosten. De moeder kan alleen maar diep snikken, ze pakt haar mobiel en toetst een nummer in, ze duwt mij de telefoon in de handen en vraagt in het Duits of ik Danny wil bellen. 
Wie is Danny?
Ze blijkt ’s morgens vroeg te zijn vertrokken uit Berlijn en is op weg naar Danny in Leeuwarden om samen verder te reizen naar Ameland. Tijdens het gesprek blijft de jonge moeder stil zitten snikken. Alles doet zeer en dan nog de schrik, ze is totaal ontredderd en moe van de lange reis. Eerst maar eens uit de brandende zon naar een plekje in de schaduw. Nonchalant wil ik de rugtas op tillen, minstens 30 kilo, keihard klapt hij terug en schuurt een velletje van mijn pols. Ik haal natte doeken en bekers met water bij de stationshuiskamer om de schaafwonden schoon te spoelen. We koelen haar lip en de buil op het hoofd van het kleintje.

Danny belt, hoe het gaat, hij komt haar halen met de auto.
De kleine Emma van 17 maanden heeft ondertussen plezier met mijn jongste en Louis geniet van het raket ijsje bedoelt voor de gehavende lip.

Na drie kwartier belt Danny opnieuw, nog ongeveer een half uur…

Nu alles weer onder controle is stellen we voor om te wachten op Danny in de heerlijk koele en rustige stationshuiskamer.

Van Berlijn naar Ameland met minstens 30 kilo op je rug en 12 kg op je buik met in de ene hand een goed gevulde tas en in je andere hand een minimensje.
Hoe bedenk je het..

Als je maar een paar minuten hebt om over te stappen, wat doe je dan….
Niet iemand omver lopen lijkt mij!

Later M@rina!

dinsdag 10 juli 2018

Een dag vol contrasten...


Minstens drie keer druk ik de wekker uit voordat ik mijn bed uit spring.
Ik lig te luisteren naar het “Mereltje” die een tuin concert geeft.
Mijn gedachten gaan naar de dag die nog voor mij ligt.
Het zonnetje schijnt fel naar binnen, een prachtig begin van de dag.

Ik gooi de trolley op bed en zoek zorgvuldig mijn kleren uit.
Niet te uitbundig maar gekleed, misschien een beetje stemmig.
Gemakkelijke kleding om in te reizen, beetje fashion voor bij de presentatie en feestelijke kleding voor bij de diploma uitreiking.

Eerst een mooie bloem uitkiezen, om mee te nemen, naar de dienst.
Heel speciaal voor haar, een laatste prachtige kleurrijke bloemengroet.
Ze hield van bloemen, van haar gezin, van de mensen om haar heen,
van het leven, van ervoor gaan, niet van zeuren, wel van lachen.
Vandaag nemen wij afscheid van haar.

Buiten raast de wereld, binnen horen wij zorgvuldig gekozen muziek.
De mensen die haar lief zijn vergezellen haar op haar laatste reis.
In de kerk zeg ik haar stilletjes gedag.
Het spijt me dat ik niet mee kan gaan.
Ik stap in de auto en rij naar de hoofdstad waar jongste op mij wacht.

Na een flinke rit parkeer ik de auto bij de flat in Noord.
Ik stap in de warme volle bus richting Centraal.
Op het station baan ik mij een weg door de mensen op zoek naar koffie. Verder lopend naar de metro lees ik het whatsappje van jongste. “Mam, het maakt niet uit welke metro je neemt, ze stoppen allemaal op het ”Weesperplein”.
De pianoman...hij maakt mij zo blij......
Op de borden lees ik; Noord, Gaasperplas, Gein, Zuid, hoezo allemaal.
Ik heb geen tijd om verkeerd te reizen en ga op zoek naar bevestiging.
Ik wacht netjes tot een GVB medewerker uitgepraat is en stel mijn vraag.
Het antwoord is kort maar krachtig: “Alles!”
Aha, toch, het maakt dus niet uit welke metro ik neem…...
"Mevrouw, verstaat u Nederlands", ik zeg u: Alles".
Verschrikt kijk ik meneer aan. Versta ik Nederlands?
Ja ik versta Nederlands, alleen kan ik even niet zo goed denken.
“Alles, u verstond toch Nederlands”?
Meneer ik heb een verdrietige dag gehad, 1 ½ uur auto gereden, daarna de bus gepakt en ben nu op zoek naar de juiste metro. Ik stel vriendelijk een vraag.
Mevrouw ik zeg u heel gewoon: Verstaat u Nederlands, alles betekent alles!
Ik bedank en loop weg.
De woorden; “Verstaat u Nederlands” galmen na in mijn hoofd.

Ik loop door de school op zoek tussen een hoop vrolijkheid naar jongste.
Het contrast vandaag is groot, heel groot.
Jongste neemt afscheid van haar school met de prachtige trap, het weeflokaal, van haar docenten, mede studenten en van het student zijn.
Een afscheid en tegelijkertijd op weg naar een nieuwe uitdaging.

Het is feest zegt vriendje.
Klopt het is feest.

Mijn tranen zitten hoog.
Ik moet flink slikken om niet keihard te gaan huilen.

Niet nu.
Het is feest.
Een dag met uitersten.
Een dag met een lach en een traan.

Later M@rina!